1951-1964 IJssellinie en Koude Oorlog

1951-1964 IJssellinie en Koude Oorlog

De Koude Oorlog:

Direct na de Tweede Wereldoorlog raakte het Westen in de ban van een mogelijk gewapend conflict met de Sovjet-Unie, het begin van de Koude Oorlog. De wedloop tussen de beide kernwapenmachten – de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie – was bedreigend, de Berlijnse blokkade en de harde greep van de Sovjet-Unie op Oost-Europa beloofden weinig goeds. Er stonden enorme Russische legers paraat en de westerse wereld beschikte slechts over zwakke bezettingstroepen in Duitsland.

De in ons land al sinds eeuwen beproefde methode van een inundatie om de vijand te stoppen of tenminste een tijdje tegen te houden, kon alleen worden uitgevoerd als er heel veel water uit de Rijn zou worden gebruikt om grote delen van het gebied langs de rivier de IJssel onder water te zetten.

Binnen heel korte tijd ontwierp Rijkswaterstaat in samenwerking met de Genie een uniek stelsel van drie invaarbare stuwen (in de Waal bij Nijmegen, bij Arnhem in de Rijn en bij Olst in de IJssel) waardoor op moderne wijze eer werd bewezen aan de grondlegger van de 17e eeuwse onderwaterzetter Menno van Coehoorn. De naam van deze moderne versie was: de plannen C en D (Coehoorn en Deventer). Dit geheel staat bekend als de IJssellinie.

Detailkaart van de onderwaterzetting bij Doesburg:

Feiten en cijfers over de IJssellinie:

  • Liep van Nijmegen tot Kampen
  • In gebruik van 1950-1968
  • Stuwen in Rijn, Waal en IJssel
  • Inlaatwerk bij Westervoort
  • 80 miljoen gulden aanleg
  • Jaarlijks beheer 5 miljoen gulden
  • Water 3-10 km breed
  • Inundatie in 4 tot 9 dagen
  • Evacuatie van 400.000 mensen
  • De bevolking wist van niets
  • De Russen wisten alles
Russische kaart van omgeving Doesburg uit de Koude Oorlog met aangegeven de brug en M (tankkazemat met mitrailleur?)

In Nederland zou de verdediging plaatsvinden achter de IJsselinundaties. Het was dus van groot belang de stuwlocaties te beschermen opdat de onderwaterzetting niet zou worden verstoord door vijandelijke acties. De rondomverdediging van slechts één kilometer van deze objecten was in handen van een bataljon infanterie, dat beschikte over betonwerken met oude ingegraven Shermantanks en lichte luchtdoelartillerie met vierlingmitrailleurs op betonnen werken die soms op terpen waren opgesteld.

De Shermantank bij de IJsselbrug:
De tank is aan de westzijde van de IJsselbrug in de vijftiger jaren ingegraven als onderdeel van boven genoemde IJssellinie. Slechts de koepel van de in beton gegoten tank is zichtbaar en vanuit die koepel zou een machinegeweer bediend kunnen worden.

Tankkazemat met mitrailleur: Bij Doesburg is vlak voor de brug een Shermantank ingegraven direct naast de weg en bij de oprit van de brug. De tank werd ontdaan van rupsbanden, motor en geplaatst in het hiervoor gemaakte gat. Vervolgens werd de tank in beton gegoten behoudens de koepel bovenop de tank met achter de koepel een nooduitgang. Kosten: De kosten voor een mitrailleurkazemat waren fl 12.160 exclusief de grondwerkzaamheden, maar inclusief de verwerking van 6 heipalen, 1.721 kilo wapeningsstaal, 35 m2 beton.

De opgeknapte en geschilderde Sherman mitrailleur kazemat. vlnr: Edward van Beek, Peter van den Brandhof en Rob Verhoef.

Bemanning: De bemanning voor een mitrailleurkazemat bestond uit 4 soldaten/korporaals van de infanterie. In vredestijd was er ter bescherming van de koepel een kleine “nissenhut” aangebracht over de tankkoepel. Hiervan is een foto bekend waar de nissenhut klein is te zien.
Nooduitgang: Stond de tank op een kade of een dijk (wat hier ook het geval is) dan werd een horizontale nooduitgang toegepast. Door de dijk is dan een tunnel aangebracht met van vermoedelijk 80cm breed en gebukte stahoogte. Het luik (80x81cm) ligt aan de andere kant van de weg naast het fietspad maar de tunnel loopt door tot aan de brug en kwam uit onder de oude (verdwenen) zoutopslag. Onlangs heb ik samen met Henk IJbema op het terrein van de Provincie hier nog naar gezocht maar er is niets meer van te vinden.

De luchtwachttoren op de Hoge Linie:
In de Koude oorlog had Nederland het Korps Luchtwachtdienst. Doel was het “spotten” en plaats bepalen van mogelijke vijandelijke (Russische) vliegtuigen, dit naar voorbeeld van een dergelijke organisatie in Engeland gedurende de Tweede Wereldoorlog. In heel Nederland stonden torens met daarop apparatuur en waarnemers in dienst van het eerder genoemde korps. De torens stonden altijd in een driehoek met dus drie torens en bedekte zo een netwerk over heel Nederland.

In Doesburg stond een dergelijke toren op de Hoge Linie en wel op een van de vier zgn batterijen, die hoger waren dan de voorliggende Liniewal. De toren was van hout met een onderbouw van 3,5 m en daarop een borstwering van 1,5m. De toren was bemand met vrijwilligers als Albert (Ap) Veldhuis, Herman Wolf, Ben Berendsen, Piet Mintjes, Jan Hermans en Coen de Graaf uit Doesburg. Daarnaast waren er nog vrijwilligers uit Drempt en Hummelo.

met dank aan:
Monumentenvereniging Doesburg

Gemeente Rheden
stichting Menno van Coehoorn
Cor van den Bergh
Henk IJbema

Bron tekst: Boek : E.C. de Rijer “IJssellinie 1950-1980